Trainingsopbouw

De focus van onze bewegingsprogramma’s ligt op opnieuw in contact treden met jezelf. Je leert meer over het ontstaan van je klachten, de instandhouding ervan en hoe je ermee omgaat. Al doende leer je dit met vier onderdelen: ademhalingsoefeningen, ontspanningsoefeningen, lichaamsgebruikoefeningen en hardlopen. Deze oefeningen zijn nauw met elkaar verweven. Je leert om de oefeningen ook in je dagelijks leven toe te passen.

 

Ademhalingsoefeningen

Een goed ademhalingspatroon bevordert fysiek herstel en is de basis voor een goede gezondheid. Daarom doe je oefeningen om een rustig verlopende, goede uitademing op gang te krijgen. Je oefent liggend, zittend, staand en bewegend.


Ontspanningsoefeningen

In het begin doe je deze oefeningen zittend, soms ook liggend. Je leert technieken om je aandacht zo te richten dat je meer lichaamsbewustzijn krijgt en meer ontspanning oproept. Al snel combineer je deze oefeningen met je bewegingen.


Coördinatie- en houdingsoefeningen

We bewegen vaak onbewust verkrampt. Met coördinatieoefeningen leer je om ontspanning te handhaven in je bewegingen. Je leert ook om je lichaamshouding bij te sturen. Zo oefen je met ontspanning en ontwikkel je correct lichaamsgebruik.


Hardlopen en wandelen

Het opbouwen van het uithoudingsvermogen staat centraal tijdens het loopgedeelte. De manier waarop je hardloopt is even belangrijk als het lopen zelf. De focus ligt niet op de prestatie, maar op het totaalproces. Je krijgt weer vertrouwen in je lichaam en daarmee ook op andere gebieden van je leven.